Boek

De meeste boeken van Marja Visser die ik gelezen heb, vind ik mooi. Ik hou van historische verhalen en bij het zien van deze titel wilde ik het meteen graag lezen.

Maar nadat ik de laatste bladzijde had omgeslagen, kwam ik tot de conclusie dat dit boek toch niet geheel aan mijn verwachtingen voldeed.

Het is het verhaal van Johanna van Coesvelt, een jonge vrouw, die van huis weggaat om dienstbode te worden bij een kasteelheer. De kasteelheer is aardig, maar zijn zoon niet. Hij maakt Johanna het leven soms knap zuur.

Na de dood van de kasteelheer vertrekt Johanna met een kunstschilder naar Middelburg. Zij verzorgt zijn huishouden, heeft wel gevoelens voor de schilder, maar wil niet met hem trouwen.

Dan vindt de schilder een andere liefde en verlaat Johanna zijn huis om huishoudster te worden in een groot en voornaam huis in Den Haag. Nu zouden we haar een soort van “manager” noemen, want zo’n voornaam huishouden heeft een stoet aan personeel en er is veel te organiseren.

Wanneer mevrouw op sterven ligt, belooft Johanna voor haar man te zorgen. En om praatjes te voorkomen, trouwt de heer des huizes haar.

Ik had gedacht dat juist die laatste periode veel aandacht zou krijgen, maar weinig pagina’s worden aan deze tijd besteed. En dan nog zeer oppervlakkig.

Al met al wel een lezenswaardig boek, maar de titel dekt naar mijn mening niet de inhoud.

Boek

Al meteen bij de beschrijving op Facebook leek dit boek me wel wat. Ik hou van zulke verhalen. Gewone mensen in het leven van alledag, met hun eigen problemen, relaties, verdriet en daaromheen de geschiedenis.

Ik kende de schrijfster niet. Dat klopt, want het is een debuutroman. En meteen een dijk van een boek. Niet alleen in omvang, maar ook om te lezen.

Ik leende het bij de bieb en kon het zaterdagmiddag halen. Maandagmiddag was het uit.

Het is het verhaal van vier vriendinnen, wier levens door verschillende draden aan elkaar verbonden zijn. Ik vond het boek passen in dezelfde sfeer als de boeken van Elisabeth Jane Howard, maar ook deed het me denken aan Ken Follett of Jenny Glanfield.

Het boek begint met de nieuwe opleiding van Henny en Käthe in 1923. We leren Lina kennen en Ida en maken kennis met de mensen om hen heen. Zo verschillend, zo herkenbaar, met hun verliefdheden, hun aarzelingen, moeilijkheden en pleziertjes. En dat allemaal tegen de achtergrond van Hamburg en Duitsland tussen twee oorlogen. En verder tijdens de verschrikkingen van het Nazi-regime. Geen vrolijke tijden, maar met zo nu en dan toch lichtpunten.

En nou wacht ik op het uitkomen van het volgende deel, want er komen er nog twee. Dan kan ik verder lezen over hoe het allemaal verder vergaat. Want ik ben nieuwsgierig hoe ze de nieuwe tijd ingaan en hoe hun kinderen het gaan doen. Helaas moet ik dan nog even wachten, pas in november komt het tweede deel uit.

Boek

Vroeger las ik vaker boeken in het Engels of Frans. Maar op een bepaald moment werd ik blijkbaar wat luier of gemakzuchtiger en koos ik voor vertalingen.

Een vriendin had dit boek dubbel en gaf het tweede exemplaar aan mij. Ze is lerares Engels en een echte boekenwurm, dus geen wonder dat haar boekenkast volstaat met allerhande Engelse boeken.

Het duurde niet lang voor ik gegrepen was door het verhaal. Het speelt tegen de achtergrond van York (Eborby in het boek). Een stadje met een lange geschiedenis van de Romeinen, Middeleeuwen tot nu. Een decor van smalle en donkere straatjes, waar je gemakkelijk in kunt verdwalen. En waar rare dingen gebeuren. Vreemde moorden, naakte lijken op vreemde plaatsen. Bepaald huiveringwekkend, maar niet zo dat ik er niet van kon slapen 😉

Ik kwam niet in al te grote taalmoeilijkheden. Kate Ellis schrijft vlot en houd je bij de les. In het begin kwam ik wat uitdrukkingen tegen die ik wel begreep, maar toch niet helemaal thuis kon brengen. Maar gelukkig is er tegenwoordig Google Translate, zodat je snel even kunt zoeken wat het nou precies betekent.

Jammer genoeg zijn er nog geen boeken van Ellis in het Nederlands vertaald. Maar wie zijn Engelse leesvaardigheid weer op wil rakelen… Je weet tenslotte maar nooit waar dat nog eens goed voor is 😉

Brilletje

Bettie vroeg zich af waar mijn rode brilletje gebleven was. Was ik het kwijt geraakt, was het kapot…?

Nee hoor, het lag gewoon boven op mijn werkkamer. Tussen de papiertjes en de andere rommel. Dat brilletje heb ik nodig om te lezen of zo. Maar gebruik ik het niet, dan schuif ik het boven op mijn hoofd. En zo komt het nog wel eens ergens anders terecht, want op een gegeven moment gaat dat brilletje in mijn haar me irriteren en leg ik het opzij.

Och, het is maar gewoon een brilletje van de HEMA. En ze kosten geen kapitalen, dus heb ik her en der zo’n brilletje liggen.
En kies ik ook telkens voor een ander kleurtje.
Een zwarte voor bij de computer, een kleine smalle roestbruine als ik knutsel.
En in mijn gele tasje zit een geel brilletje. Dat rode brilletje lag gewoon niet op z’n normale plek.

En dan heb ik op de slaapkamer ook nog een wat chiquere van de opticien, maar die is om TV te kijken als ik mijn lenzen uit heb. Wat een luxe toch, al die brillen. Maar dan moet ik wel ze altijd netjes op hun plek leggen.

Geluk

Het geluk ligt op straat zegt men. Nou, ik weet niet of het daar nog ligt, maar dan moet je wel heel goed zoeken 😉

Maar nu ligt het geluk in de boekenwinkel. Daar kun je, weliswaar tegen betaling, allerlei boeken krijgen waarmee gelukkig worden een peulenschil schijnt. Boeken met Afrikaanse wijsheden, een boek met lijstjes die je in kunt vullen en daardoor gelukkiger wordt (of vrouw van de Amerikaanse president. Al lijkt me dat nou net geen ideaal) dan wel adviezen van mooie dames.

Nee, ik heb er geen een gekocht. Al die ideeën van anderen wil ik niet lezen. Ik ben lekker eigenwijs en zoek samen met Leo het geluk zelf. Soms lukt dat beter dan andere keren 😉 Maar met een tamelijk goede gezondheid, niet te veel pijntjes en een achterdeurtje op de bank (zonder rente) hebben we niks te klagen.

Ik geloof dat al dat gezoek alleen maar stress en narigheid meebrengt. We zien wel wat de toekomst brengt en genieten intussen van wat er op ons pad komt.

Boek

Dit is het vijfde en (helaas..) het laatste deel in de serie over de Cazalet-familie. Weer een dikke pil, anders, maar weer meeslepend geschreven.

We duiken opnieuw in de familie Cazalet, die ruim 10 jaar na de bevrijding de nodige veranderingen heeft gezien.
Geen rijen dienstbodes, maar alleen nog maar het echtpaar dat al jaren kookt en de auto rijdt. Maar voor wie, net als voor iedereen, de jaren gaan tellen.

Alle familieleden zien de wereld veranderen. Sommigen kunnen daar beter mee om gaan dan anderen. De vrouwen staan nu zelf achter het fornuis, hebben een baan. Liefde, gezondheid, afgunst, jaloezie, relaties of juist de onmogelijkheid die op te bouwen, het komt allemaal aan bod.

Voor de liefhebbers een heerlijk boek om te lezen, je te laten meeslepen door alle beslommeringen, grote en kleine moeilijkheden.

Boek

Niet alle boeken die ik via FaceBook vind zijn aanraders. Smaken verschillen nou eenmaal en wat de een prachtig vindt, is voor een ander niet om door te komen.

Maar dit boek las ik met heel veel belangstelling. Het vertelt de geschiedenis van het geslacht Van Hattum. Oorspronkelijk afkomstig uit Sliedrecht en van eenvoudige komaf. Maar als zoon J.C. naar Zeeland reist, verliefd wordt en trouwt met een Zeeuwse, wordt de kiem gelegd voor een zeer succesvolle familie. En komt een klein Zeeuws dorp tot bloei.

Zoals dat natuurlijk gaat, verdampt het familiekapitaal ook weer door allerlei omstandigheden. Niet iedereen gaat zorgvuldig om met het familiekapitaal en ook de wereldgeschiedenis heeft een duidelijke en soms funeste invloed.

Maar het boek leest goed en wat me vooral aansprak is dat het de vrouwen van de familie zijn die het verhaal tot leven brengen. Sterke vrouwen, minder sterke vrouwen, maar altijd toch vrouwen die elk voor zich de familiegeschiedenis beïnvloeden. Voor lezers die van historische verhalen houden en voor lezers, zoals ik met een flinke scheut Zeeuws bloed in de aderen, een fijn boek om te lezen.

Gratis…

Op een van onze wandelingen stond langs de weg een grote doos met boeken. “Gratis mee te nemen” stond er bij. Iedereen wilde wel even in die doos kijken, want we wandelen niet alleen, we lezen ook heel graag.

Eén wandelvriendin vond een boek waar ze al langer naar op zoek was, een gelukje! Maar voor de anderen zat er niet veel meer bij. Het leken op het oog mooie boeken, maar of we op een sombere winteravond nou gezellig gaan bladeren in een boek vol met enge medische plaatjes?
Nee, dank u, ik ga wel weer naar de gewone bieb!

Waarschijnlijk is de bewoner arts of chirurg, misschien wel cardioloog. En moesten de boeken van zijn studie nu plaats maken voor nieuwe uitgaven. Of voor frivoler boeken, waar je eens een keertje om kan lachen…. Wie zal het zeggen?

Boek

Eline stamt uit een gegoed Leids gezin en is getrouwd met Wieger, een archeoloog. Ze is niet religieus, wel ongedurig en heeft behoefte aan vrijheid. Als haar man naar een klein dorp in Drenthe gaat om er een veenlijk te onderzoeken, mist Eline hem enorm. Impulsief besluit ze naar hem toe te gaan en ze neemt haar kinderen mee.

Hoewel ze vriendelijk wordt ontvangen in het dorp, leidt haar aanwezigheid tot opschudding. Eline is niet gewend van haar hart een moordkuil te maken en haar vrije manier van doen en denken valt niet bij iedereen in goede aarde. Ze wordt dan ook min of meer terug gestuurd naar Leiden.

Nederland is in 1918 dan wel nog steeds neutraal in de grote oorlog, iedereen krijgt toch te maken met de nare gevolgen. Familieleden komen om, er is weinig meer te krijgen, het is armoe troef. Dan aan het eind van die oorlog staat een nieuwe en nog onbekende vijand op: de Spaanse griep maakt heel veel slachtoffers. Eline besluit terug te keren naar het Drentse dorp en helpt bij de verzorging van de grieppatiënten. Haar blik op de wereld wordt wijder en haar leven wordt langzaamaan anders.

Het boek is goed geschreven en die periode (1918 tot ca. 1922) interesseert me in hoge mate. Ik las het boek in één adem uit. Ik ga zeker nog meer boeken van deze schrijfster lezen.

Boek

Ik las het boek Rinkeldekink van Martine Bijl op mijn e-reader.

Martine Bijl kan erg goed schrijven, met een soort onder-koelde humor. Toch werd ik niet echt vrolijk van dit boek. Daar is het onder-werp ook niet naar. Het beschrijft de periode na haar hersenbloeding en de revalidatie daarna.
Ik had een soort “déjà vu”, want mijn zus kreeg in 1989 een soortgelijke hersenbloeding. Mijn zus knapte zo te zien weer aardig op, maar veel later kwam ik er achter dat zij waarschijnlijk niet goed meer had kunnen lezen en/of schrijven. Dat heeft ze meesterlijk weten te verbloemen, maar haar karakter werd er niet gemakkelijker op. Na enkele jaren kreeg zij nogmaals een hersenbloeding, die nog veel grotere gevolgen had.
Ook Martine Bijl beschrijft haar onmacht, haar onbehagen over wat niet meer kan en toch moet. Van wie? Van haar! Buitenstaanders kunnen je gedachten niet lezen, niet voelen hoe lastig het is iets te beschrijven waar je geen woorden meer voor vinden kan.

Iedereen reageert anders, niemand is gelijk. Dus is het een en ander niet met elkaar te vergelijken. Maar ik herkende in het boek de woede en de onmacht die ook mijn zus had. Wat zou ik graag toen geweten hebben waar ik nu achter kwam. Mijn zus is al weer meer dan 20 jaar dood. Er valt dus niets meer te bepraten, te bekijken, te herstellen of veranderen. Het is gegaan zoals het ging.
Het boek van Martine Bijl vond ik geen boek dat je leest voor de lol, al komen er komische zaken aan de orde.
Maar lees het vooral als je vaker in aanraking komt met mensen met hersenletsel. Voor diegenen is het absoluut een aanrader. Het kan zo maar leiden tot wat meer inzicht.