Dit boek werd aangeraden door Marthy en dat was zeer terecht. Ik heb ervan genoten.
Pérsomi is arm maar ook heel slim. Haar grootste wens is om verder te leren, naar de middelbare school te mogen. Maar dat kost geld, veel geld. En hoe kan haar moeder daar aan komen?
Gelukkig krijgt ze een beurs en kan ze voor advocaat studeren. Ze heeft goede contacten met haar mede studenten, maar haar grote liefde blijft onbereikbaar.
We krijgen ook inzicht in het dagelijks leven in Zuid Afrika, met zijn groeiende apartheid. Het vraagt van Pérsomi veel tact om te laveren tussen haar rechtvaardigheidsgevoel, politiek en persoonlijke relaties.
Een boeiend verhaal, deel van een trilogie. Dus nog meer leesvoer in het vooruitzicht.
Bron: Facebook / Norman Rockwell / Peter Gray’s Illustrated Magazine
Jammer dat kinderen de laatste jaren zo weinig nog buitenspelen.
Zelf ben ik best een huismusje, maar vroeger toen ik klein was, speelde ik toch vaak buiten. Knikkeren, verstoppertje, touwtje springen en natuurlijk ook “bokkie springen”.
Ik herinner me dat we dat op het schoolplein deden. Eerst springen en dan aansluiten in de rij. Vaak werden er meer kinderen achter elkaar gezet en moest je over een hele bubs meisjes. Want ik zat op een meisjesschool en jongens waren niet vinden. Die speelden wat later buiten….!
Over één kind heen lukte me wel, maar met meerdere werd het toch een beetje lastig. En nu begin ik zeker niet meer aan zo’n spelletje.
Ik weet eigenlijk niet meer of onze kinderen nog aan “bokkie springen” hebben gedaan. Dat zou ik ze moeten vragen.
Al als kind leerde ik dat dennenappels het weer konden voorspellen. Als de kegels gesloten zijn, gaat het regenen. Zijn de schubben mooi geopend, dan blijft het droog. Een soort van hygrometer dus.
Bron: Facebook / Esther Verhoef
Maar laatst leerde ik ook nog dat dennenappels heel wiskundig zijn. Ik citeer hier even Susan Veldman, die dit op Facebook vermeldde:
“Dennenappels hebben spiralen waarin de schubben groeien, een spiraal met de klok mee, de ander tegen de klok in.
Het aantal spiralen is altijd in dezelfde verhouding die past bij de Fibonacci-reeks. Die reeks is 0-1-1-2-3-5-8-13-21 enz (tel steeds twee opeenvolgende getallen bij elkaar op). In de gemiddelde dennenappel heb je 8 spiralen de ene kant op en 13 de andere kant op. Grotere hebben 13 de ene en 21 de andere kant op. Als je 13 deelt door 8, of 21 door 13 (of 34 door 21 enz) krijg je altijd 1,618333…). Dit noemen we de gulden snede.
Elke schub van een dennenappel groeit in een hoek van 137,5 graden. Dit is de gulden hoek. Zo passen de schubben perfect op elkaar.
Je ziet dit vaker terug in de natuur. Ook bij zonnebloemen bijvoorbeeld. Knap trucje van de natuur om zoveel mogelijk zaadjes te kunnen produceren.”
Wie goed kijkt, kan ook op Facebook veel opsteken!
Ergens in de zomer kwam hij, de kolenboer. Of het warm was of niet, of het regende…. het maakte niet uit. Hij sjouwde de zakken met kolen naar de zolder. 50 kilo ging op z’n schouder de 3 trappen op.
Mijn moeder had de loper al afgenomen. In een hoek van de kamer lag een stapel koperen roetjes die gepoetst moesten worden.
De kolenboer was voor mij een griezelige man. Met z’n zwarte gezicht, een zak over z’n haar.
Hij bleef altijd even zitten, kreeg een bakkie koffie of thee en maakte een praatje met m’n moeder. Want in het gewone leven was hij “oom Thomas”.
Niks griezeligs aan, een bekende en aardige man met een waterstokerij in het noorden van de stad. En al jaren bevriend met mijn vader. We gingen er regelmatig op bezoek en ook hij kwam met zijn vrouw bij ons over de vloer.
Maar als kolenboer herkende ik hem niet en leek hij een totaal ander mens.
Net als in voorgaande jaren begin ik de week met muziek. Met gezellige, vrolijke of sentimentele liedjes in het Nederlands of in andere talen. Misschien herken je er een of zijn ze helemaal nieuw en fris. Het uitzoeken brengt mij veel plezier en ik hoop dat jij ze ook met genoegen beluisteren zal.
De eerste maandag van de maand is het tijd voor Charles Aznavour. Ditmaal een lied van hem, dat mij aan het hart gebakken ligt. Uitgevoerd door Swing Cocktail, met Jazz Manouche en Violon Tzigane in “Emmenez-moi”.
Toen ik verloofd was met René die zoveel hield van Hemingway, las ik het werk van Hemingway omdat dat werk me zoveel dee. Maar toen het uit was tussen ons, toen kreeg ook Hemingway de bons.
Daarna was ik met Guus verloofd en kende Ibsen uit mijn hoofd. Later met Peter, hield ik zo enorm van Valéry Larbaud.
Maar ik ben nooit verloofd geweest met iemand die Homerus leest, en ik heb nooit een man bemind die Rabelais het hoogste vindt.
Er zijn dus nog verscheidene gaten, helaas, in mijn cultuur gelaten. Ik hoop nog altijd op Pascal, maar wat dan ook, in elk geval:
hoe meer het aantal liefdes stijgt, hoe meer ontwikkeling men krijgt.
(Uit: Schmidt. Die van die van u. Gedundrukt door Van Oorschot – )
Van het kalenderblad van deze afgelopen maand ben ik niet zo enthousiast. Waarom? Nou ja, zo’n vakantiebestemming spreekt me niet erg aan.
Een reis naar de Faeröer eilanden trekt me totaal niet. Ik associeer dat met somber, regen, storm en kou.
Dat hoeft natuurlijk niet zo te zijn. Elke landstreek heeft zijn eigen charme, dus ook deze eilandengroep, ergens op de Atlantische oceaan tussen Denemarken, Schotland en IJsland. Met ruige begroeiing, rotsen en vogels, heel veel vogels.
En nou ik dat zo zit te tikken, bedenk ik me dat juist die vogels me wel interesseren.
Maar toch, nee, we gaan er niet heen. Ook al is er sinds kort een tunnel tussen de grootste plaatsen en is het gebied natuurlijk oneindig veel interessanter dan ik me achter m’n laptop kan voorstellen.