Deze week zagen we “Agatha’s almanac”, een film, eigenlijk meer een documentaire, over het leven van een ruim 90-jarige vrouw.
Ze bewoont in haar eentje een boerderij die een flink stuk land beslaat. Als ze er om heen loopt, heeft ze 5 kilometer in de benen. Dagelijks is ze op het land bezig en verbouwt er pompoenen, watermeloen, dille, aardbeien, bonen en bloemen.
Daarnaast kookt en bakt ze. Haar water haalt ze uit een regenput. En ze repareert zelf haar huis. Onconventioneel, gewoon met ducttape. Daar maakt ze ook haar lekkende emmer weer waterdicht mee.
De film beslaat een langere periode, dus krijg je ook mee dat ze wel eens ziek is, gevallen of haar hand heeft bezeerd.
Een mooi portret van een vastbesloten, eigenzinnige vrouw met een speciaal soort humor. Een mooi document van een werkzaam leven.
Met een hoofd als een zeef vergeet ik natuurlijk weleens een blogje te maken. Een tijdje later lijkt het dan inmiddels een achterhaald onderwerp.
Maar toen ik bij Emie las over het museum in Rijswijk herinnerde ik me dat ik nog over de museumwinkel daar wilde bloggen. Die museumwinkel is gewoon erg leuk. Met een heleboel “anders dan anders” dingen, mooie kaarten en leuke hebbedingetjes.
Elk museum heeft wel zo’n winkel, maar het assortiment is er niet altijd even interessant. Maar dus wel in Rijswijk. Dus als je er toch in de buurt bent, stap even binnen.
Zoek je iets voor fervente tuiniers dan vind je vast wel iets van je gading, al is het maar een klosje bindtouw. Maar je kunt er ook terecht voor prachtige, leuke of originele postkaarten.
Deze kocht ik er ook. De spreuk erop past wel in onze onrustige wereld. Misschien stuur ik hem wel eens aan iemand, misschien blijft hij voor altijd in mijn la.
In het Maritiem Museum draait een tentoonstelling over maritieme vrouwen, want die wereld lijkt alleen uit mannen te bestaan. Maar wie verder kijkt, ziet dat ook talloze vrouwen hun deel van de taken vervullen. Aan boord, maar ook op de kade, in de haven en op kranen. Letterlijk van hoog tot laag.
Enkele maritieme vrouwen van toen en nu
Deels is dat te danken aan de emancipatie, maar ook in vroeger tijden werkten heel veel vrouwen mee. Ze waren reder, scheepsbouwer, eigenaar of voeren mee aan boord en verrichten daar diverse hand-en spandiensten. Sommigen waren zelfs piraat.
Niet alle vrouwen werden beroemd, maar Kenau Simons Hasselaar kennen we allemaal. Al werd haar naam jammer genoeg later een scheldwoord.
Aan al die vrouwen wordt in de tentoonstelling een eerbetoon gebracht. Allemaal weerstonden ze vooroordelen en belemmeringen, maar hielden stand. En nu, een vrouw aan de top van een scheepswerf? Ja zeker, Thecla Bodewes leidt het familiebedrijf na de dood van haar vader en vertelt haar verhaal in een filmpje.
Ook is er aandacht voor de zeemansvrouwen. Zij hielden het huishouden hier draaiend terwijl hun mannen ver weg de oceanen bevoeren. Nu is er goeie communicatie mogelijk, maar vroeger kregen zij maar mondjesmaat bericht van hun man. En op hun beurt moesten die weer soms maanden wachten op een verse brief.
Leuk om eens een kijkje te nemen. De tentoonstelling loopt nog lang door, tot in de zomer van 2027.
Dat geel een van mijn lievelingskleuren is, daar maak ik geen geheim van. Jaren geleden kochten Leo en ik ons servies, destijds in Canterbury. En ja, dat was geel en van zwaar aardewerk, maar nog steeds in gebruik.
Bron: Christofle.com / Malmaison Riviera
Tijdens een bezoek aan de tuinen en het huis van Monet in Frankrijk zagen we ook prachtig geel servies op de tafel staan. We vielen er als een blok voor. Maar ja, toen we dergelijk servies in Parijs vonden, bleek de prijs een bezwaar.
Honderden guldens voor een bord… nee, dat zat er niet in. Het werd later een beduidend goedkoper soort bordjes. Voor een Euro per stuk, bij een dumpwinkel.
Geel is geen modekleur voor borden en schalen. Maar dit is toch duidelijk stralend geel. En gewoon in Nederland te koop.
Maar een servies gaan we natuurlijk niet meer aanschaffen. Gelukkig maar, want ook hier is de prijs een bezwaar. En jammer genoeg gaat er hier nogal eens een kopje of bord aan scherven, dus dat zou in de papieren lopen.
Net als in voorgaande jaren begin ik de week met muziek. Met gezellige, vrolijke of sentimentele liedjes in het Nederlands of in andere talen. Misschien herken je er een of zijn ze helemaal nieuw en fris. Het uitzoeken brengt mij veel plezier en ik hoop dat jij ze ook met genoegen beluisteren zal.
Het blijft een actuele vraag, maar het antwoord is nog steeds niet gegeven. Dus blijven we ons, net als John Denver en Alexander Gradsky, afvragen “What are we making weapons for?”
Al een hele tijd staat deze plant buiten in een pot voor mijn keukenraam. Het is een echte laurier (Laurus nobilus) en die plant is zo gemakkelijk. Vraagt zo nu en dan een plens water en groeit tegen de klippen op.
In het voorjaar en in de zomer komen er talrijke nieuwe blaadjes aan. In het najaar knip ik hem terug en droog de blaadjes dan. Soms hang ik ze op, maar dat is eigenlijk te stoffig. Dus verdwijnen ze in een (kook)boek om later in een kruidenpotje te belanden.
En dan krijgt zo’n blaadje zijn eindbestemming in een potje soep of heerlijke stoofpot. Je proeft het niet al te nadrukkelijk, maar vergeten maakt zo’n gerecht een beetje flauw.
De pot blijft altijd buiten staan. Al moet ik wel zeggen dat er langs de muur een verwarmingsbuis loopt, dus het vriest er nooit heel hard. Natuurlijk kun je een laurier ook gewoon in de volle grond zetten. Vergeet dan niet de blaadjes te oogsten, want laurier is in de winkel best aardig aan de prijs. En nu zijn ze gratis en voor niks.