Jan van der Vaart

Toen ik in het Kunstmuseum in Den Haag was voor de Titanic-tentoonstelling, zag ik dat er ook werk van Jan van der Vaart tentoongesteld werd. Dat wilde ik ook wel graag zien.

Toen ik in Museum Boymans-van Beuningen werkte, was Jan van der Vaart nog niet zo bekend. Ik herinner me toen wel een tentoonstelling van hem en misschien nog andere keramisten.

Jan van der Vaart maakte heel strakke maar mooie vazen. Robuuste objecten, waar bloemen goed in uitkomen.

Maar een vaas alleen is ook al een schoonheid, die een eigen plek in het interieur heeft. Vaak rechthoekig en dus niet gedraaid op een draaischijf, maar opgebouwd uit lappen klei.

Later maakte hij ook vazen in glas.

Maandag met muziek

Net als in voorgaande jaren begin ik de week met muziek. Met gezellige, vrolijke of sentimentele liedjes in het Nederlands of in andere talen.
Misschien herken je er een of zijn ze helemaal nieuw en fris. Het uitzoeken brengt mij veel plezier en ik hoop dat jij ze ook met genoegen beluisteren zal.

Altijd goed voor een relax momentje. Een heel gezelschap, Exene Cervenka, Phil Alvin, & Petunia & the Vipers, speelt en vraagt om nog een kopje koffie, met een taartje erbij.

Als de clip niet start, dit is de link

Gezond

Appelmoes, een de eerste dingen die een baby te happen krijgt. En een van de laatste dingen die oude mensen eten. Zacht, natuurlijk en redelijk gezond. Zeker als je het zelf maakt. Niks moeilijks aan.

Appelen schillen, in stukken en met een beetje water koken. Wie wil, pureert het helemaal fijn. Ik heb het liever tamelijk grof.

Maar mensen in een verzorgingsinstelling in Zeeland krijgen geen appelmoes meer. Dat is ongezond, want te veel suiker, te veel verpakking, dus milieu-verontreinigend.

Ja, dan heb je al een heel leven achter je, komt iemand je vertellen dat je gezonder moet gaan leven. Tamelijk betuttelend!

Maar voor een 70+ is gezond leven toch iets anders dan voor een 20er of 30er. Dan ligt de prioriteit  bij lekker en niet te zwaar. Geef die mensen dus maar gewoon hun appelmoes.

Kawase Hasui

Meteen toen ik de aankondiging voor de tentoonstelling van houtsneden van Kawase Hasui in het Japanmuseum SieboldHuis zag, wisten Leo en ik dat we daar naar toe wilden.

Kawase Hasui (1883-1948) maakte prachtige houtsnedes. Japanse landschappen, tempels, vaak met dikke sneeuw bedekt, dromerige landschappen in de schemering en natuurlijk de berg Fuji.

Maar er is meer te zien. Hasui maakte ook boekomslagen, toeristen posters en kerstkaarten. Een mooie tentoonstelling, waar we soms prenten ontdekten van plekken wij ook bezocht hadden.

Ik maakte een kleine impressie, maar er is veel meer te zien.

Afsluitdijk

Dit gedicht moest leren op school. Er bleef niet veel van hangen. Behalve de eerste zin van het tweede couplet. Toen hoorde ik het op de radio, voorgelezen door Jacques Klöters en stond de complete tekst op Facebook. Nu hoef ik het nooit meer te vergeten.

Bron: Google fotos / Omrop Fryslan

AFSLUITDIJK
De bus rijdt als een kamer door de nacht
de weg is recht, de dijk is eindeloos
links ligt de zee, getemd maar rusteloos,
wij kijken uit, een kleine maan schijnt zacht.

Vóór mij de jonge pas-geschoren nekken
van twee matrozen, die bedwongen gapen
en later, na een kort en lenig rekken,
onschuldig op elkanders schouder slapen.

Dan zie ik plots, als waar ’t een droom, int glas
ijl en doorzichtig aan de onze vastgeklonken
soms duidelijk als wij, dan weer in zee verdronken
de geest van deze bus het gras
snijdt dwars door de matrozen heen.
Daar zie ik ook mezelf. Alleen
mijn hoofd deint boven het watervlak
beweegt de mond als sprak
het, een verbaasde zeemeermin
Er is geen einde en geen begin
aan deze tocht, geen toekomst, geen verleden,
alleen dit wonderlijke gespleten lange heden.

M.Vasalis (ps. M.Droogleever Fortuyn – Leenmans 1909-1998)
uit: Parken en woestijnen. Amsterdam: Van Oorschot, 1940

Armoede

De passagiers van de Titanic waren niet allemaal rijk en welvarend. Niet iedereen had het geld om een luxe hut te betalen. Op de lagere dekken huisden de mensen die de minst comfortabele overtocht maakten. Bijeen gepropt, zonder al te veel sanitaire mogelijkheden, moesten ze zien te overleven. Hun bagage zat niet in luxe koffers en hoedendozen. Ze hadden schamele tassen en hun enige kleding was dat wat ze aanhadden.

Ook aan deze passagiers was gedacht bij de tentoonstelling in het Kunstmuseum. Maar wie maar één stel kleding heeft, draagt die tot het op de draad versleten is. Wat kapot is werd gerepareerd, versteld, opnieuw versteld en nog een beetje bijgewerkt. En dan is het alleen nog maar goed voor de lompenboer.

Wie in Den Haag met de tram naar het museum rijdt, komt door allerlei keurige buurten met fraaie huizen. Er lijkt geen plek voor armoe. Maar dan ineens wijst een mevrouw naar buiten en zegt tegen haar man: “Kijk, daar. Ze staan er weer”.

In een bocht staat een kraampje met wat mannen en vrouwen er omheen. Op de grond ligt kleding. Het bord ernaast geeft aan dat er jassen te krijgen zijn. Want ook in zo’n rijke gemeente wonen mensen die geen nieuwe jas kunnen betalen en dus leven moeten van “bedeling”.

In al die jaren is er nog niet eens zoveel veranderd in de wereld….

Maandag met muziek

Net als in voorgaande jaren begin ik de week met muziek. Met gezellige, vrolijke of sentimentele liedjes in het Nederlands of in andere talen.
Misschien herken je er een of zijn ze helemaal nieuw en fris. Het uitzoeken brengt mij veel plezier en ik hoop dat jij ze ook met genoegen beluisteren zal.

Dolly Parton zingt over een veelbezongen vogelsoort, een kleine merel. Een opkikkertje op deze Blue Monday…!

Als de clip niet start, dit is de link

Wat is dat dan?

Bron: Instagram / Remeberoldtime

In deze tijd van digitale documenten en e-mail zal niet iedereen deze rolletjes meer kennen. Maar de meeste van mijn leeftijdgenoten herkennen dit natuurlijk meteen. Een inktlint, dat zorgde voor de letters op het papier in je schrijfmachine.

Dat apparaat waar ik nu op zit te tikken bewaart al mijn verhaaltjes in zijn binnenste. Maar vroeger tikte je op een schrijfmachine waar geen elektriciteit aan te pas kwam. Zo’n lint was natuurlijk altijd op het meest vervelende moment op.

Bij een zuinige werkgever waren de letters dan nauwelijks meer te lezen. En dan moet je dus eerst het oude lint eruit wurmen en het nieuwe erin. Vieze vingers, beduimeld papier en mijn humeur zakte ver onder nul. Later kwamen er elektrische typmachines, met inktcassettes.

En ja nu, hebben we helemaal niks meer van dat soort ergernis. Je print slechts dt wat je echt nodig hebt, met plaatjes en zelfs in kleur.

Alleen, digitaal heeft ook zijn nukken. Daar kan ik nog wel een ander blog over schrijven.